BR07 Bodø – Svolvaer 7 t/m 19 juni 2009
BR07 Bodø – Svolvaer 7 t/m 19 juni 2009
De zuidelijkste eilanden van de Lofoten zijn Røst en Vaerøy en met de noordelijke wind die voorspeld was zou Vaerøy net bezeild zijn. Vanaf de vastewal, vanuit Bodø, is Vaerøy al duidelijk zichtbaar met een paar markante hoge pieken. Aan de zuid-oost zijde van het eiland is een grote baai waaraan Måstad ligt. Denk bij Måstad niet aan een grote plaats want er staan nu nog maar een viertal bewoonbare huizen en een paar niet meer bewoonbare. De plek is idyllisch en is al sinds eeuwen bewoond geweest. Er zijn resten van huizen gevonden daterend van 900 voor Christus en rotstekeningen van meer dan 3000 jaar oud. Måstad heeft een relatief grote rijkdom gekend, ook omdat er veel schapen gehouden werden en papegaaiduikers werden gevangen. Visserij was ook van belang en Måstad had in haar hoogtij dagen 150 inwoners en een eigen school. Dit klinkt naar huidige maatstaven als een kleine plaats maar voor die tijd in noord Noorwegen was dat aanzienlijk. Toen na 1910 de visserschepen met een motor uitgerust werden betekende dit het begin van het einde voor Måstad omdat het geen eigen haven had en de schepen tot dan op de kant werden getrokken. Gemotoriseerde schepen werden daar te zwaar voor en moesten uitwijken naar andere havens op het eiland. In 1974 verliet de laatste man, Monrad Mikalsen, de plaats en de huizen die er nu nog staan worden als vakantiehuis gebruikt.
Toen we einde van de dag bij Måstad aankwamen lagen de huizen mooi in het laatste zonlicht tegen de bergwand aan en ankerden we een klein stukje uit de kust. De volgende ochtend in een paar sessies iedereen met het bootje naar de wal gebracht. We konden twee kanten op, een wandeling omhoog, de steile rotsen boven Måstad op of een wandeling langs de kust richting Røssnesvågen. Afgesproken dat we om half drie anker op zouden gaan en dat iedereen die er niet was op eigen gelegenheid ( lees voeten ) naar Røssnesvågen zou komen. Met zeven man zijn we aan de klim naar boven begonnen . Het eerste stuk was redelijk steil maar daarna ging het gestaag omhoog tot een stukje boven de 400 meter. Boven aangekomen genoten van de boterhammen en nog veel meer van het uitzicht. De Bør lag beneden ons in het fjord mooi te zijn en je kon de wereld uitkijken. Op weg naar beneden kwamen we Marian en Marscha weer tegen die een iets langzamer tempo hadden aangehouden. Terug aan boord en rond half drie zagen we vanuit de richting van Røssnesvågen Marjolein en Jeanne terug komen met nog twee mensen. Die andere twee bleken Zwitsers te zijn die ze onderweg tegen waren gekomen. Deze mensen maar een lift terug aangeboden want zij dachten dat er in Måstad wat te doen zou zijn. Liesbeth en Mickel zijn doorgelopen tot aan Røssnesvågen en kwamen weer aan boord nadat wij anker op waren gegaan en daar weer afgemeerd lagen. ’s Avonds nog even gewandeld naar de stokvis rekken waar nog veel stokvis te drogen hing. Het volgende traject was van Vaerøy richting Å, de meest zuidelijke per weg bereikbare plaats op de Lofoten. Met de nog steeds doorstaande noord-oosten wind een hele klus om de 15 mijl te overbruggen. Meteen na vertrek alle zeilen erop gezet en eerst een slag naar buiten gemaakt. Halverwege het Vestfjord overstag en weer naar de bergwand van de Lofoten gezeild. Gelukkig mooi weer zodat iedereen, nou ja bijna iedereen, lekker in het zonnetje aan dek kon zitten. Pas tegen de avond in Å aangekomen waar Diana, zeer in de traditie van stokvis en klipvis, bacalao had voorbereid.
Na een lekkere nachtrust en een dito ontbijt eerst Å verder verkent en daarna de paar mijl naar Sørvågen gevaren. Hier eerst geluncht aan dek en daarna aan een wandeling begonnen. Langs een aantal meren stapsgewijs omhoog tot een uiteindelijke hoogte van 460 meter. Onderweg lag er op een paar plaatsen nog sneeuw wat natuurlijk een sneeuwballen gevecht uitlokte. Ruud en Frans konden het niet laten om iedereen die bovenkwam de volle laag te geven. Genoten van het uitzicht over het Djupfjord en de uitglijder van Marscha. Met een dikke 4 uur stonden we weer beneden en kwamen we voldaan weer aan boord. Na zo’n wandeling smaakt een Noors biertje natuurlijk perfect. Zeker omdat het warm was geweest die dag. Helaas zat de deur van Maren Anne op slot dus terug aan boord, we zaten nauwelijks toen er van de kant geroepen werd of we toch nog even langs wilden komen. Er zaten een paar mannen met een gitaar te zingen dus zo werd het toch nog gezellig. Van Sørvågen naar Reine is op zich niet zover maar kruisend hadden we toch nog even nodig. Lekker gezeild op een hobbelig zeetje. Vlak voor Reine gestreken. In de voormalige school, waar nu een galerie van Eva Harr is gevestigd, was een expositie en een bijeenkomst van alle grote Noorse schrijvers. Lilian, die nu daar de manager is, weer kunnen begroeten. Die avond waren een aantal mensen zo dapper dat ze de Reinebringen op zijn gegaan om de midzomernachtzon te kunnen zien. De laatste waren pas rond drie uur weer aan boord. Hoewel we in Reine aan een splinternieuwe kade lagen kwam er bij vertrek toch een stuk touw in de schroef. Het plan voor die dag was om de mensen in Skjelfjord af te zetten voor een wandeling langs de kust naar Nusfjord. In Skjelfjord begonnen om vanuit de bijboot te proberen de lijn weer uit de schroef te krijgen. Toen ik hiermee bezig was vroeg er iemand op de kant of hij kon helpen. Hij bleek duiker te zijn en even later kwam hij op de fiets in duikerspak aangezet. Met een paar duiken was de lijn verwijderd en konden we weer verder. Peter, de duiker, hartelijk bedankt en beloofd dat hij een keer een dag mee kon varen. Met minder lawaai van de schroef en meer vermogen naar Nusfjord gevaren waar de gasten na een 4 ½ uur lopen weer aan boord kwamen. De volgende ochtend Nusfjord nog even bekeken, water geladen en tegen de middag vertrokken naar Henningsvaer. De wind kwam steeds meer achterin zodat we uiteindelijk Henningsvaer onder zeil konden binnenlopen en in de haven hebben gestreken. Nog even koffie gedronken en toen de wal op om alle verlokkelijkheden van Henningsvaer te ontdekken.
Van Henningsvaer gingen we naar Skrova, op de eerste dag met echte regen deze reis. Om twee redenen. Skrova heeft de meeste zonuren van de Lofoten en je kan er een mooie wandeling maken. En dat hebben we gedaan, even naar het topje van het eiland en weer terug terwijl de mensen die niet zo hoog wilden de platte wandeling naar het strand maakten. Van Skrova naar Kabelvåg is niet zo gek ver maar met een mooi windje een slag kruisend toch een lekker stukje zeilen. Van de kade in Skrova onder zeil ontmeerd en eerst 180 graden rond om zeilend de haven uit te komen. De hele manoeuvre lukte perfect. In Kabelvåg aangekomen een licht verlate lunch en daarna een stuk sjouwen en natuurlijk ’s avonds een biertje in Praestengbrygga. De volgende ochtend eerst nog naar het aquarium en daarna rond Skrova en Lille Molla naar Ulvaag op Store Molla gezeild. Ulvaag is een mooi en heerlijk rustig plekje. Voor dat we afmeerden de krabbenkooi nog uitgezet in het fjord. Na het avondeten nog een stuk gelopen en genoten van het zonlicht op de bergen en de sneeuw die op een aantal plaatsen nog ligt. De laatste vaardag van deze reis was van Ulvaag, via het Trolfjord, naar Svolvaer. Maar natuurlijk eerst de krabbenkooi weer opgehaald met een mooie vangst van drie stevige krabben die door Diana werden omgetoverd in een krabsalade. Je kan je als krab toch niets beters wensen. In het Trolfjord afgemeerd voor de lunch en daarna terug naar Svolvaer. Die avond had Diana een uitgebreide tapa’s maaltijd met veel Noorse gerechtjes en natuurlijk de krabsalade. Na een erg vroeg ontbijt de volgende ochtend vertrokken de eerste mensen al met de boot of vliegtuig om half zeven.


Home