BR03 2009 Harlingen – Bergen 29-4 / 9-5

BR03 2009 Harlingen – Bergen 29-4 / 9-5

 

Nu zijn de laatste dagen voor vertrek niet altijd de meest ontspannen dagen, ondanks dat we ieder jaar toch wel het idee hebben dat we het “dit jaar beter voor elkaar hebben”. Meestal zijn we de laatste dag nog tot 12uur ’s nachts bezig maar dit jaar ging het echt beter, we waren om kwart over elf al klaar. Een beetje oneerlijk vergelijk omdat Diana na de zeereis naar huis zou gaan en in juni met de auto naar het noorden gaat rijden zodat we alles wat we vergeten zijn toch later weer aan boord kunnen krijgen. De “auto stapel” is inmiddels vrij groot. Maar het was redelijk onder controle toen de gasten aan boord kwamen en zelfs nog kans gezien om samen met onze gasten een afscheidsbiertje in het Noorderke te drinken waar toevallig een hoop bekenden langs kwamen die avond. Donderdag, koninginnedag, de aubade op het dak van het stadhuis tijdens het ontbijt. Omdat het tij pas in de middag was en het weer erg fraai hadden we geen haast om te vertrekken zodat iedereen rustig kon wennen. Een wachtindeling gemaakt en om 1 uur vertrokken. Er was erg weinig wind zodat we de waddenzee wat motorzeilend hebben afgevaren maar eenmaal het Stortemelk door kwam er iets meer wind. Het weerbeeld stond in het teken van een groot hogedrukgebied dat zich uitstrekte vanaf de oceaan tot boven centraal europa en Scandinavië. Een laag iets ten zuiden van IJsland zou nog wat wind kunnen brengen maar het zou niet veel zijn. Gezien de windverwachtingen zijn we, na het oversteken van het verkeersscheidingsstelsel iets westelijker gaan sturen dan normaal omdat de verwachting was dat rond de 4 graden oosterlengte meer wind zou zitten. De dagen op zee kenmerkte zich door het rustige weer, weinig zeegang dus ook de luxe van gewoon beneden aan tafel eten. Met een windkracht die schommelde tussen de twee en drie beaufort maakten we toch daggemiddelden van rond de 90 mijl en dat is niet slecht gezien de omstandigheden. De tweede dag op zee gaf een erg slecht zicht, minder dan een mijl soms maar dat klaarde in de nacht weer op. Een halve maan gaf ’s nachts voldoende licht en de wereld zag er vredig uit. Om de beurt wachten lopen, uitkijken, sturen en posities in de kaart brengen en genieten van de rust en de ruimte op zee. De derde dag zag Feike “iets wits”  op het water, daar stond een Jan van Gent, stond ?, ja hij stond op het water. Toen we dichter bij kwamen bleek er een stuk hout te drijven waar hij op stond.

 

Zondag kwamen we in de buurt van de Noorse kust en om kwart over 1 maandag ochtend vroeg afgemeerd in Stavanger, precies 3 ½ etmaal na vertrek, gezien de windrichting en kracht geen slechte prestatie en de aankomst borrel smaakte heerlijk, zo heerlijk dat de meeste pas om  haf zes in hun mandje lagen. Maandag de gebruikelijke rituelen van inklaren, opruimen, getijdentabel kopen, water laden en vuilnis aan de wal zodat we pas in de middag vertrokken naar Skudeneshavn, een lief wit plaatsje aan het begin van de Karmøysundet. Lekker gezeild met een zuid 6. s avonds stond de cd van het Stavanger shantykoor op hetgeen Paul deed vluchten naar de plaatselijke kroeg, waar hij trouwens niet terecht kon omdat ditzelfde shantykoor de ruimte had afgehuurd. Omdat de wind gunstig bleef, west 5-6, besloten om dinsdag een stevig stuk te zeilen, van Skudeneshavn naar Leirvik aan de Bømleia, een stuk van 45 mijl dat we in 7 uurtjes aflegden. In Leirvik ons eerste echte Noorse biertje weer gedronken en ’s avonds tevreden het mandje in. Het plan was om een stuk het Hardangerfjord in te gaan en met de westen wind zouden we dat mooi kunnen zeilen. Bijtijds vertrokken en met het grootzeil en fok erop voor de wind richting Rosendal. Rosendal staat bekend om zijn Baronie met prachtig aangelegde tuinen. We waren wat te vroeg voor de rozen maar de bloesem stond volop in bloei en met het verse groen van het voorjaar aan de bomen was het een mooie wandeling. We waren ook iets te vroeg voor de kermis die aan de kade werd opgebouwd. Omdat we vrij ver het binnenland in waren gegaan was zeilen wat moeilijker geworden zodat we de volgende dag op de motor de Lukksund door moesten gaan. Daarna konden we zeil erop zetten. De wind was nogal aanwezig zodat we snel een tweede rif in het grootzeil zetten en de grote kluiver voor de kleine verwisselden. Voor ons uit zat nog een ander zeilschip dat later de Safier bleek te zijn, een half zusje van de Bør, gebouwd op dezelfde werf en met een gelijk onderwaterschip. Met een paar slagen kwamen we het Bømfjord uit waarna het iets ruimer bezeild was naar Klokkarvik waar we net iets eerder aankwamen dan de Safier die naast ons afmeerde. De windwaarschuwing voor de laatste dag van deze reis was van dien aard dat de Safier alleen de fok erop zetten maar wij wilden natuurlijk laten zien dat we veel harder konden en zette niet alleen de fok erop maar ook de bezaan, die er overigens in een zeer zware bui toch weer af moest. Het waaide dat het rookte met in de bui sneeuw en hagel. De Safier voor ons maakte zware halen ( wij ook vertelden ze ons achteraf ) en de Bør zat op een gegeven moment op haar rompsnelheid van een dikke 10 knopen. Erg indrukwekkend allemaal. Toen de wind wat afnam, en wij alweer een heel stuk dichter bij Bergen waren, kon de bezaan er weer op. In Bergen afgemeerd aan de Brygge en een wat verlate lunch genoten, dat was er door de wind en het harde werken niet van gekomen. ’S Middags Bergen in en daarna genoten van het laatste avondmaal voordat we de volgende ochtend afscheid moesten nemen van een stel erg aangename gasten waarmee we een pracht van een reis hebben beleefd.

 

zoeken sitemap disclaimer Links contact