Zeereis Stavanger – Harlingen 5 t/m 12 oktober 2008
Zeereis Stavanger – Harlingen 5 t/m 12 oktober 2008
Zaterdag 4-10
Al een paar dagen houden we de lange termijn weersverachting in de gaten maar er valt nog niet veel van te maken. De resten van een orkaan komen als venijnig lage druk gebied onze kant op en een ander lage druk gebied ten noorden van IJsland bepaald het weer waar we op dit moment zitten. De kans op hoge druk in het zuiden van de Noordzee neemt toe maar iedere dag ziet het er anders uit. Eerst schoonschip maken en boodschappen doen voor de zeereis. Kees is al een paar dagen maaltijden aan het plannen en boodschappen lijsten aan het maken. Overdag is het nog redelijk weer maar voor vanavond verwachten we veel regen en wind.
Zondag 5-10
Er komt wat meer zicht op de lange termijn weerverwachting. Het ziet er naar uit dat de naderende depressie het verloop van de reis aardig gaat bepalen. De vraag is nu gaan we vanavond meteen varen of wachten we tot woensdag middag en gaan we dan de sprong maken. Wind verwachtingen voor dinsdag en woensdag zijn rond de 35 en 40 knopen en dat is best wel wat. Door de zware regen afgelopen nacht was het rustig op straat dus lekker kunnen slapen, in Stavanger wil het normaal in het weekeinde nog wel eens onrustig zijn. De havendienst begreep niet dat we nog water wilden laden, er viel toch genoeg uit de lucht. Inmiddels alle voorbereidingen getroffen, schip zeeklaar gemaakt, alles zeevast gezet en de maaltijden voor onderweg voorbereid. Alles wat we onderweg niet nodig hebben is weg gestuwd zodat er zo min mogelijk in de weg ligt. In de middag komt Aard, de stuurman, aan boord en wordt er nog meer naar weerberichten gekeken. Voorlopig staat er nog een noord-west 6 en dan is het ten zuiden van Stavanger nogal onaangenaam, hoge en dooréén lopende zeeën. Samen met Kees en Aard een plan gemaakt. In de nacht van zondag op maandag neemt de wind iets af maar blijft noord-west, wat gunstig is, en daarna gaat hij afzwakken. Eind van de dag zou hij gaan draaien richting zuid-oost en gaan toenemen. Voor dinsdag is de verwachting zuid tot zuid-oost 7 en daarna, woensdag, draaiend naar het westen.
In de loop van de middag komen alle gasten aan boord en worden de plannen uitgelegd en de wachten in gedeeld. Voorlopig de laatste walmaaltijd gegeten. Het plan om in de avond te vertrekken wordt wat uitgesteld omdat de wind blijft aanhouden en in de loop van de nacht zou gaan afnemen. Nog maar even een slaapje gaan doen.
Maandag 6-10
Precies om middernacht vertrokken. De wind is afgenomen naar een zeer acceptabele noord-west 5. De eerste paar mijlen nog even op de motor en bij Bragen de zeilen erop gezeten en we zijn onderweg! We houden nog even wat westelijker aan om het gebied met gevaarlijke golven zoveel mogelijk te ontlopen, wat vrij goed lukt, en in de loop van de nacht kunnen we zuid gaan sturen. In de middag kan het rif uit het grootzeil en hobbelen we met een redelijke snelheid naar het zuiden. Omdat er nog steeds een vrij onaangenaam zeetje staat moeten de meeste hun zeebenen nog vinden en een paar mensen kijken toch wat ongelukkig. Maar in de middag wordt de zee steeds rustiger en begint het normale ritme van wachtlopen en eten er een beetje in te komen. In de loop van de dag moeten we de koers steeds westelijker leggen omdat de wind zich aan de afspraken houdt, zuid-oost. In de avond moet het eerste rif weer in het grootzeil omdat de wind meer aantrekt. We sturen nu 210.
Dinsdag 7-10
Gedurende de nacht trekt de wind steeds meer aan, water komt over het dek en om 5 uur strijken we het grootzeil. Met een snelheid van 6-7 knopen gaan we verder alleen op de fok, bezaan en grote kluiver met een koers van 250. Nog steeds wat zuidelijk dus nog een klein beetje de goede richting op. In de loop van de dag gaat het steeds harder waaien zodat we aan het einde van de ochtend de kluiver strijken en een rif in de bezaan zetten. Er komt steeds meer water over en iedereen die ziek is of geen wacht heeft blijft lekker in z’n kooi liggen. De Bør ligt er, gezien de omstandigheden, mooi rustig bij al gaat het inmiddels steeds meer op bijliggen lijken. Dat geeft niet want inmiddels bereiken we de 0 graden meridiaan en veel westelijker hoeven en willen we niet. Gelukkig hebben we genoeg ruimte en met de geringe snelheid die we inmiddels maken is er niets aan de hand. Zware zeeën rollen onder het schip door en golven breken om ons heen. Om kwart voor 10 ’s avonds loopt er een zware breken tegen de loefzijde van het schip aan maar na een korte inspectie blijkt alles in orde te zijn. De zeeën bouwen zich nu zo hoog op dat bijliggen riskant gaat worden en het lijkt erop dat we voor de zee en wind weg moeten gaan lopen. Dat zou erg jammer zijn want dan gaan we weer naar het noorden en dus de verkeerde kant op. Wel rustgevend dat ondanks de omstandigheden alles onder controle is. Kees ziet die avond zelfs nog kans om een maaltijd te bereiden.
Woensdag 8-10
In de vroege ochtend neemt de wind iets af en draait naar het westen. De kluiver kan er weer op en het rif uit de bezaan. We sturen zuid en zijn weer onderweg!. Tegen een uur of negen kan er zelfs weer een dubbel gereefd grootzeil bij en lopen we tussen de 7,5 en 8 knopen. De laatste weersverwachtingen geven voor het einde van de dag en voor morgen een zuid-westen wind dus we gaan wat hoger aanhouden zodat we om de Doggersbank heenvaren en we later wat kunnen gaan afvallen om bij het Stortemelk aan te komen. Achter ons komt een driemast gaffel topzeil schoener in zicht die ongeveer dezelfde koers stuurt. Dat kan alleen maar de Oosterschelde zijn die van Spitsbergen af komt maar op de marifoon krijgen we nog geen reactie. Voorlopig loopt hij niet hard in dus we hebben eindeloos de tijd om te genieten van dit geweldige gezicht. De zon staat net op haar zeilen en we stampen allebei aardig op de nog steeds hobbelige zee. De wind neemt wat verder af en de Oosterschelde zet haar ra zeilen bij en nu gaat ze op ons inlopen. Als we dwars van elkaar zijn hebben we marifoon contact. Zij hebben ook een zware nacht gehad en met de motor bij gaande moeten houden. De wind neemt wat verder af en uiteindelijk kunnen de riffen uit het grootzeil en kunnen er weer wat ramen en luiken opengezet worden om te luchten. Inmiddels kan je ook weer aan dek zijn zonder natte voeten te krijgen en in de loop van de middag komt zelfs het zonnetje erbij. Net tijdens het avondeten zien we een groep dolfijnen en worden we getrakteerd op een geweldige show. Een aantal springen uit het water en draaien daarbij een paar keer om hun as om dan weer ruggelings in het water terug te vallen. De nacht begint met een mooie halve maan en een stralende sterrenhemel. We sturen nu rond de 180 graden om later gebruik te maken van de verwachtte zuid-zuid westen wind. In het gebied ten oosten van ons is de wind nog steeds hard en in de zuid hoek dus we zijn blij dat we zo ver naar het westen zijn gegaan en nu voortgang kunnen maken, dat was anders niet gelukt.
Donderdag 9-10
Nog 150 mijl en als we zo door kunnen varen hebben we bijna 600 mijl afgelegd voordat we in Harlingen zijn in plaats van de 350 die het in een rechte lijn zijn.
Eindelijk een rustige nacht met een rustig schip gehad zodat iedereen lekker uitgerust aan dek komt. Zelfs douchen kan weer. Om half negen komt de zon op boven een onbewolkte kim. Jan van Genten vliegen om het schip en met gemiddeld 6 knopen gaan we om de Doggersbank heen. We sturen nu 150 graden om genoeg zuid te maken zodat we later kunnen afvallen en de verkeersscheidingsstelsels te kunnen oversteken. De wind is nog lang niet de beloofde 5-6, mogelijk 7, dus iedereen zit lekker aan dek en geniet van een uitzonderlijke dag van mooi weer en blauwe lucht. Kees heeft weer de mogelijkheid om uitgebreid te kokkerellen en maakt een mooie verse maaltijdsoep. Er komt inmiddels weer wat meer scheepvaart, voornamelijk vissers, en ook op de marifoon is steeds meer te horen. We komen weer in de buurt van de bewoonde wereld en op “onze” breedte van 53 graden. We komen ook steeds meer platforms tegen. Nog een honderd mijl naar de Stortemelk en als het mee zit zijn we morgen loop van de middag op Terschelling. ’s Avonds trekt de wind toch wat meer aan en om acht uur eerst het eerste rif in het grootzeil gezet en om elf uur met , let op!!! alleen de bezetting van de “herenwacht” namelijk Thijs, Wikje en Renske, het tweede rif. Niet dat dit zo spectaculair was maar Thijs, Wikje en Renske waren zo trots dat het ze gelukt is dat het speciaal vermeld moest worden. Met een mooie gang en lekker bezeild steken we het eerste verkeersscheidingsstelsel over.
Vrijdag 10-10
Tegen half vijf zitten we vlak bij het verkeersscheidingsstelsel dat langs de Nederlandse kust boven de eilanden langs loopt. Omdat het goed bezeild is kunnen we mooi haaks oversteken en zien we het groen verlichtte platform bij Vlieland staan. Ons eerste kenbare punt waar we naar toe kunnen sturen in plaats van kompaskoersen. De zon komt rond acht uur op achter Vlieland met een mooie rode lucht waartegen de vuurtoren scherp afsteekt. Bij de verkenningston van het Stortemelk mogen we ons weer melden bij de Brandaris en kunnen we het tweede rif uit het grootzeil halen. Met de zuidwesten wind zijn Westmeep en de Slenk mooi bezeild en strijken we het grootzeil pas voor de haven van West Terschelling. Diana liep al op de dijk naar ons te zwaaien en stond op de steiger om de touwtjes aan te pakken zoals we dat drie maanden daarvoor hadden afgesproken. Om elf uur lagen we afgemeerd en hadden we 625 mijl afgelegd, ongeveer 300 mijl meer dan in rechte lijn maar met een gemiddelde snelheid van tegen de 6 knopen en dat terwijl we ongeveer 18 uur bijna geen voortgang hebben gemaakt. Weer vers brood ingeslagen voor de lunch, het schip afgespoeld met zoetwater, de watertanks gevuld, zoveel mogelijk het zout weer weg gesopt en aan het einde van de middag het traditionele biertje met bitterballen in de Walvis gedaan. Weer eens lekker uitgebreid gegeten op een schip dat stil ligt.
Zaterdag 11-10
De laatste 15 mijl naar Harlingen. Eerst rustig aan ontbeten en pas begin van de middag vertrokken. Eerder had geen zin omdat het tij dan toch tegen staat. Met af en toe een slagje kruisen vlak voor Harlingen voor de laatste keer de zeilen weer gestreken. Bij het binnenlopen van de haven stonden er erg veel bekenden van de gasten op de kant. Iedereen had de posities van ons op internet kunnen volgen en wist dus wat voor omweg we gemaakt hadden. Om tien voor vijf lagen we weer afgemeerd aan ons vertrouwde plekje in de Noorderhaven en zat de zeereis erop. Biertje en wijntje aan dek en natuurlijk veel bekenden op de kade.


Home